top of page

Teveel zien en horen

  • 23 apr
  • 3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 30 apr

Er zijn kinderen en volwassenen die niet vastlopen omdat ze iets niet kunnen, maar omdat ze te veel zien.

Zulke kinderen zitten in de klas en proberen te volgen wat er gebeurt. Maar wat voor anderen duidelijk afgebakend is — een les, een opdracht, een vak — voelt voor hen gefragmenteerd. Losse stukjes die niet vanzelf samenkomen. De dag valt uiteen in blokken, overgangen, prikkels, verwachtingen. En ondertussen gebeurt er van alles van binnen. Ze nemen veel waar. Meer dan alleen de lesstof. De sfeer in de klas, de onderliggende spanning, de onrust van anderen, de herhaling van iets wat ze allang begrijpen. Het stapelt zich op. En juist omdat de inhoud vaak niet uitdaagt, ontstaat er ruimte voor overprikkeling.

Dat klinkt tegenstrijdig, maar dat is het niet.

Wanneer iets te simpel is, blijft de aandacht zoeken. En die aandacht vindt van alles: geluiden, bewegingen, details. Alles komt binnen. Zonder filter. Zonder richting. Het lichaam raakt onrustig, het hoofd vol. Maar uitleggen wat er gebeurt, kunnen ze nog niet. Wat zichtbaar wordt, is gedrag. Druk, agressief, snel afgeleid of juist afwezig of teruggetrokken. Maar onder dat gedrag ligt vaak iets anders: een kind dat overloopt zonder dat het begrepen wordt.

En dan is er nog iets. Deze kinderen vinden zichzelf niet altijd terug in hun omgeving. Ze worden niet aangesproken op hun niveau en herkennen zich niet vanzelf in leeftijdsgenoten. Gelijkdenkenden ontbreken vaak. Waardoor niet alleen de uitdaging, maar ook de verbinding ontbreekt. Dat maakt een schooldag niet alleen verwarrend, maar ook eenzaam uitputtend. Soms zelfs ziekmakend. Want gevoelige kinderen leggen de oorzaak al snel bij zichzelf neer.

De leerkracht zegt dat de les moeilijk is. En dat schept nog meer verwarring. Want voor hen voelt het niet moeilijk. Het voelt logisch. Maar als het moeilijk zou moeten zijn en zij ervaren dat niet zo, wat zegt dat dan over hen? Twijfel sluipt naar binnen. Niet omdat ze iets niet begrijpen, maar omdat hun eigen ervaring niet klopt met wat er van buitenaf wordt verteld.

Schoolsucces wordt steeds meer een toevallige ervaring in plaats van een gevolg van ontwikkelde vaardigheden. En zo raken ze langzaam het vertrouwen in zichzelf kwijt.


Wat afwijkt, valt op. Wat opvalt, wordt benoemd. En wat benoemd wordt, krijgt al snel een label. Gedrag komt op de voorgrond te staan en voordat men het beseft wordt het kind alleen nog maar op het gedrag aangesproken. Terwijl de oorzaak vaak ergens anders ligt, namelijk in een manier van waarnemen die niet wordt herkend. In een hoofd dat sneller verbanden legt. In een gevoeligheid die verder reikt dan alleen denken.


Diezelfde fragmentatie zie je later vaak terug op de werkvloer. Afdelingen die langs elkaar heen werken. Lagen in een organisatie die elkaar niet voldoende raken. Voor iemand die van nature verbanden ziet en zoekt naar samenhang, kan dat net zo verwarrend en vermoeiend zijn als het klaslokaal van vroeger. Wanneer dit alles niet wordt gezien, ontstaat er een scheef beeld. Niet alleen bij de omgeving, maar ook van binnen. Men gaat zich aanpassen. Of zich terugtrekken. Of juist harder proberen goed genoeg te zijn. En langzaam raken ze het contact met zichzelf kwijt.

Er zijn mensen die, vaak pas veel later, woorden vinden voor dat gevoel van anders zijn. Soms in boeken, soms in gesprekken, soms in een plots moment van herkenning. Het kan voelen als thuiskomen. En dat is waardevol. En tegelijkertijd ligt de echte beweging niet in het vinden van de juiste verklaring, hoe aantrekkelijk die ook kan zijn. Niet in het idee dat je anders bent omdat je ergens anders vandaan komt, of een specifieke rol te vervullen hebt. Misschien ligt het veel dichterbij: in het opnieuw leren vertrouwen op je eigen waarneming en dit te zien als een kracht. In het toelaten van hoe jij de wereld ervaart, zonder dat dat van buitenaf bevestigd hoeft te worden. In het herstellen van iets dat nooit echt weg is geweest.


Want wat deze kinderen — en deze volwassenen — nodig hebben, is geen nieuw label. Geen nieuw kader waarin ze moeten passen. Ze hebben ruimte nodig. Uitdaging, en vooral: erkenning zonder dat ze eerst moeten bewijzen dat ze “kloppen”.

Voor leerkrachten, schoolleiders en werkgevers ligt daar een belangrijke uitnodiging. Niet om alles anders te doen, maar om anders te kijken. Om je te laten ondersteunen waar nodig. Om voorbij gedrag te durven kijken. Want wanneer iemand zichzelf weer kan zijn, verandert er iets wezenlijks. Niet alleen van binnen, maar ook in de wereld eromheen.





 
 
bottom of page