Huilen
Bijgewerkt op: 17 jun
Vroeger had ik een groot probleem met huilen. Begon ik eenmaal, dan hield het niet meer op. Hyperventileren, eindeloos nasnikken en twee dagen rondlopen met dikke ogen. Dat was behoorlijk onhandig, want op sommige momenten komt huilen simpelweg slecht uit. Op je werk bijvoorbeeld, of tijdens een feestje. Barstte zo'n huilbui eenmaal los, dan kon ik mijn spullen bijna net zo goed pakken en naar huis gaan.
Later vroeg ik me af waar die heftige huilbuien eigenlijk vandaan kwamen. Het antwoord bleek verrassend eenvoudig: het gevoel niet goed genoeg te zijn.
Ergens, heel vroeg in mijn leven, was de overtuiging ontstaan dat ik iets moest doen om goed genoeg te zijn. En dus werd ik perfectionistisch. Kreeg ik kritiek? Werd ik over het hoofd gezien? Dan voelde dat niet als een vervelende gebeurtenis, maar als een bevestiging dat ik er niet toe deed. Alsof ik niemand was.
Maar waarom kon ik niet gewoon even huilen, mijn emoties voelen en daarna weer verdergaan? Waarom moest ik telkens volledig instorten?
Dat bleek alles te maken te hebben met mijn oordeel over emoties. En dat oordeel was niet alleen van mij. Het was iets dat ik had meegekregen van eerdere generaties. Van voorouders die geleerd hadden om door te zetten, ongeacht wat ze voelden. Mensen die leefden met de gevolgen van oorlog, schaarste, harde arbeid en een cultuur waarin dankbaarheid belangrijker was dan kwetsbaarheid.
"Verstand op nul, blik op oneindig, gewoon doorgaan met ademhalen." zei mijn moeder altijd.
Emoties waren niet iets waar je aandacht aan gaf. Een gebroken arm, een ernstig ongeluk of een overlijden waren geaccepteerde redenen om te huilen. Maar verdriet door eenzaamheid, onrecht, pesten, uitputting of een nare ervaring op school niet.
Daarnaast bleek ik veel gevoeliger te zijn dan ik lange tijd dacht. Pas veel later ontdekte ik dat gevoeligheid niet voor iedereen hetzelfde is. Sommige mensen worden sneller geraakt door wat er om hen heen gebeurt. Zij voelen meer, dieper of intenser. Ik was zo iemand.
Als kind weet je dat niet. Je gaat er automatisch vanuit dat iedereen de wereld ongeveer hetzelfde ervaart als jij. Veel volwassenen realiseren zich dat overigens nog steeds niet.
Omdat mijn verdriet vaak niet echt werd gezien, soms werd weggewuifd of zelfs belachelijk gemaakt, ontstond langzaam het idee dat er iets mis met mij was. Dat ik te gevoelig was. Dat ik me aanstelde.
Dus deed ik wat zoveel mensen doen: ik stopte mijn emoties weg.
"En weer door" leek eenvoudiger dan voelen wat er gevoeld wilde worden.
Maar emoties verdwijnen niet wanneer je ze negeert. Ze wachten geduldig af. En op een gegeven moment begaf de dam het. Dan kwamen alle tranen die ik weken of maanden had tegengehouden in één keer naar buiten, gevolgd door schaamte omdat ik opnieuw de controle was kwijtgeraakt.
Dit is overigens geen verwijt naar eerdere generaties. Integendeel.
Mijn ouders, grootouders en alle generaties daarvoor hebben gedaan wat zij konden met de kennis, inzichten en mogelijkheden die zij hadden. Zij hebben hun uiterste best gedaan om hun kinderen te geven wat zij zelf zo gemist hadden.
En juist daarin werden patronen onbewust herhaald.
Want wanneer we ons krampachtig voornemen iets vooral niet te doen, blijken we het vaak toch mee te nemen. Alleen in een andere vorm.
Dat is gemakkelijk om nu te zien, met alle kennis die we tegenwoordig hebben. Mijn voorouders beschikten daar niet over. Mijn man en ik trouwens ook niet toen wij onze kinderen opvoedden. Onze kinderen beschikken weer over inzichten die wij niet hadden, en hun kinderen zullen op hun beurt dingen weten die voor hen vanzelfsprekend zijn en voor ons nog onbekend.
Zo ontwikkelen we ons allemaal, generatie na generatie.
De kluwen waaruit we onszelf een weg mogen banen, ziet er voor iedereen anders uit. Dit was één van mijn persoonlijke worstelingen.
Gelukkig heb ik onderweg mezelf teruggevonden. Het besef dat ik iemand mag zijn zonder daar voortdurend iets voor te hoeven bewijzen. Zonder hard te moeten werken of goed te moeten presteren. Zonder mijn waarde te laten bepalen door hoe anderen op mij reageren. Dat geeft rust.
De allesoverheersende huilbuien zijn verdwenen. Natuurlijk huil ik nog weleens. Wanneer ik uit balans ben. Wanneer er iets ingrijpends gebeurt. Wanneer het leven daarom vraagt.
Maar daar is niets mis mee. Huilen mag. Verdrietig zijn mag.
En daarna weer verder.
Herken jij iets van jezelf in mijn verhaal? Laat het me weten.



